Vanuit mijn werkkamertje thuis kijk ik uit op een oud schoolgebouw. Het sfeervolle pand uit de jaren vijftig wordt tegenwoordig gebruikt voor startersappartementen. Door de grote ramen van de voormalige klaslokalen vang ik een glimp op uit het leven van de bewoners; meestal eind-twintigers die het studentenleven en op kamers wonen net zijn ontgroeid. Een gezin starten zit voorlopig nog niet in de planning. Eerst maar eens volop van het leven genieten.
Dat juist dit uitzicht me inspireerde tot het schrijven van een romantische serie is eigenlijk niet zo vreemd. De liefde ligt hier gewoon op straat, weet ik uit eigen ervaring. Mijn allereerste Utrechtse liefde was de stad zelf. Ik was achttien jaar toen ik ging studeren aan de universiteit. Mijn colleges werden gehouden op prachtige locaties in de binnenstad, zoals Achter de Dom en de Drift. Dansen deed ik met mijn studiegenoten in het voormalige Tivoli aan de Oudegracht. Probeer daar maar eens niet als een blok voor te vallen. Zelf mocht ik me die eerste jaren nog geen Utrechtse noemen. Ik woonde op de Warande, een studentenflat in de bossen van Zeist. Gelukkig hoefde ik niets te missen van het bruisende nachtleven van de Domstad. Op Janskerkhof stond er altijd een busje klaar waarmee mijn medebewoners en ik tot diep in de nacht gratis thuis werden gebracht. Het bleek niet alleen een geweldige service, maar eveneens een broedplaats voor romantiek. Wachtend op dat busje werd ik namelijk voor het eerst gezoend.
Vier jaar later zat ik, nog altijd met diezelfde leuke jongen, heup-aan-heup op de trappen bij de Weerdsluis. We vierden met een ijsje van Il Molino dat ik een kamer in de Vogelenbuurt had gevonden. Die kamer verruilden we uiteindelijk voor onze eigen koopwoning. De plek waar ik jaren later de inspiratie vond voor mijn feelgoodromans over de bewoners van dat voormalige schoolgebouw aan de overkant. Echte Utrechtse verhalen zijn het. Zo laat ik mijn fictieve vrienden koffiedrinken bij café Op Zuid, juichen ze samen voor FC Utrecht in Galgen waard en worden er broeierige blikken uitgewisseld tijdens een 90’s Alternative clubnight in de Helling. In mijn meest recente boek hebben de hoofdpersonages een date bij restaurant Hemel en Aarde. Tijdens het schrijven vroeg ik me af wat ze daar dan kregen voorgeschoteld in het voorjaar van 2023. Het personeel dook enthousiast voor me in hun archief en stuurde me het menu. Dat verwerkte ik vervolgens in mijn verhaal.
Een prachtig groen kunstwerkje prijkt voor onze neus. Doperwt met verveine, groene aardbei en spar, laat de ober ons weten. Het restaurant wisselt vier keer per jaar van menu als ode aan de jaargetijden. Vanavond eten we het lentemenu. Helemaal goed. We waren toch al in de stemming voor de bloemetjes en de bijtjes.
Is het noodzakelijk om voor een fictieve romance al die bestaande plekken te benoemen? Vast niet, maar als auteur haal ik ontzettend veel plezier uit al die lokale research. Naast een fijne feelgood worden mijn boeken daarmee een verkapte liefdesbrief aan de stad waar ik zoveel van ben gaan houden. Utrecht. Hét perfecte decor voor gebroken harten en happy endings.
Nathalie Windhorst (1972) studeerde Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. Ze woont met haar vriend en hun twee tienerzonen in de wijk Hoograven. In het dagelijks leven koopt Nathalie documentaires, factual entertainment en muziek aan voor de publieke omroep. Daarnaast is ze auteur van feelgood. Van haar vierdelige serie De Utrechtse School verschenen inmiddels Reisgenoten en Lotgenoten. Dit najaar komt het derde deel, Buurtgenoten, uit.
Tekst: Nathalie Windhorst Fotografie: Marike van Pageé





