maandag 5 oktober 2026
spot_imgspot_img

Top 5

spot_img

Gerelateerd

De kledingkast nader bekeken

Kleding kopen, dragen en weggooien. Aan beide kanten van deze cyclus zitten mensen die proberen iets positiefs bij te dragen aan het proces. Door bewustwording, en vooral door consumenten te inspireren minder te kopen aan de voorkant, tot oproepen tot inzamelen, hergebruiken en recyclen aan de andere kant. Een gesprek met twee ’textiel enthousiastelingen’.

Een van hen werkt met kleding voordat het de kleerkast in gaat, de ander met kleding nadat het afgedankt is. Een gesprek over wetgeving, verleidingen, duurzaamheid en het verschil tussen individuele keuzes en internationaal overheidsbeleid. Janneke Cloosterman, eigenaar van de Sustainable stylist en marketing- en communicatiemanager Johan Jongkind van Sympany, samen aan tafel.

De kledingkast. Sommigen hebben een kleintje dat al jaren dezelfde inhoud heeft. Tien shirts, vier broeken en een paar verschoten truien. Maar veel meer mensen, en niet alleen vrouwen, hebben kasten die uitpuilen. Met oude kleren waar de eigenaar geen afstand van wil of kan doen. Daarnaast soms ook met nieuwe kleren waar het kaartje nog aan zit. Dat jurkje voor ‘je weet nooit welke gelegenheid’. Er hangt veel in de Nederlandse kast dat niet vaak of nooit gedragen wordt. Maar toch ooit gekocht is. In een impuls, een opwelling. Omdat het in de mode is. Omdat het goedkoop is. Omdat het er op de etalagepop zo mooi uitzag. De verleidingen van de kledingindustrie zorgen voor volle kasten en impulsaankopen. En al die kleding gaat uiteindelijk toch de kast uit. Naar een kringloop, in een textiel verzamelcontainer of gewoon tussen het huisvuil.

Bewustwording
“Trekken aan een dood paard? Nee… maar af en toe voel ik wel dat ik duw tegen een zwaar paard.” Aan het woord Johan Jongkind, marketing en communicatiemanager van Sympany, een van de grootste spelers op het gebied van kledinginzameling in Nederland. Aan de voorkant, het kopen van kleding, zit Janneke Cloosterman. Zij is een sustainable fashion stylist, die vrouwen bewust wil maken van hun koopgedrag en hen weer wil verbinden met hun kleding, stijl en vooral met zichzelf. “Niet door steeds meer te kopen, maar door bewuster te kijken, te kiezen en te experimenteren met wat er al is.” Twee mensen die allebei het woord bewustwording vaak in de mond nemen. Van de consument, van de overheid, van de producenten en de retailers.

‘We krijgen elke

dag 12

vrachtwagens

binnen’

Verleid om te kopen
De Nederlander koopt gemiddeld zestig kledingstukken per jaar, zo blijkt uit onderzoek van Milieu Centraal. Mannen besteden daar gemiddeld 450 euro aan, vrouwen 750. De rekensom leert dat er dus niet heel veel betaald wordt voor een kledingstuk. Fast fashion is een bedrijfsmodel waarin goedkope kleding in recordtijd wordt geproduceerd, verkocht en weer weggegooid om in te spelen op de nieuwste trends. Dat staat dus lijnrecht tegenover duurzaam produceren, dragen en recyclen. Johan: “Mensen worden met slimme, uitgekookte marketingtrucs verleid om veel te kopen. Vooral jongeren zijn hier gevoelig voor. Steeds nieuwe, goedkope items die ook snel weer ‘uit de mode’ zijn. Bij onze vestigingen komen dagelijks twaalf grote vrachtwagens de oogst brengen. Alles wat in de textielcontainers ligt, proberen we te verwerken. Helaas lukt dat niet. Bijna zeventig procent is nog draagbaar en wordt doorgesluisd naar kringloop- en tweedehands winkels in binnen- en buitenland. Twintig procent kunnen we recyclen en dat textiel wordt isolatiemateriaal of een poetsdoek. Helaas is tien procent echt onbruikbaar. Dat is nat textiel of gewoon huishoudelijk afval. Je wilt niet weten wat mensen allemaal in een textielcontainer droppen…”

Zingeving in werk
Zowel Janneke als Johan verdienden in het verleden hun brood in meer commerciële functies. Inmiddels zijn ze beiden bewust overgestapt naar werk waarbij ze een zinvolle bijdrage aan de wereld leveren. Janneke: “Mijn hart ligt zowel bij duurzaamheid, als bij de psychologie van kleding. Bij het adviseren en laten zien dat er andere keuzes gemaakt kunnen worden. Kleding is een uitdrukking en onderstreping van je persoonlijkheid. Je eigen stijl ontwikkelen en daar zelfvertrouwen aan ontlenen; dat vind ik belangrijk. Het gaat dus niet om méér kleding, maar om combineren, hergebruiken en duurzaam kiezen.” Johan verliet zijn baan als marketeer bij een groot reclamebureau om zich in te zetten voor de stichting Sympany. “Ook vanuit de behoefte aan zingeving, aan meer bijdragen aan de wereld in plaats van consumenten ‘verleiden’ om steeds meer te kopen.” Janneke: “Ik zou willen dat consumenten minder impulsief kopen en meer bewust kiezen. Zoals we bijvoorbeeld naar de supermarkt gaan. We kopen daar ingrediënten voor een specifiek gerecht, niet lukraak alles wat er op de schappen staat. Dat zou niet alleen voor het individu, maar ook voor de wereld echt beter zijn.” Johan vult aan: “Als we nu allemaal zouden stoppen met kleding kopen, is er nog genoeg gemaakt om acht generaties van kleding te voorzien. Er is dus veel te veel. De kwaliteit van textiel dat in onze containers gedoneerd wordt, neemt ook af. Dat komt door fast fashion. Goedkoper en sneller geproduceerd, en dus van mindere kwaliteit. Daarnaast verkopen meer mensen hun kleding zelf, bijvoorbeeld via Vinted. Dat laatste is op zich natuurlijk een positieve ontwikkeling.” Janneke: “Er komen steeds meer vintagewinkels in Nederland. Het jammere is dat de bedrijfsvoering nog steeds vaak economisch gedreven is, en niet opereert vanuit een duurzaamheidsgedachte.” Johan beaamt: “Geld verdienen is nog steeds de primaire drijfveer van veel mensen.”

 

Nederland koploper
Sympany is een stichting die de levenscyclus van textiel verlengt. Johan: “Wij zamelen jaarlijks ruim achttien miljoen kilo textiel in. Dat is een hele berg. Nederland is internationaal koploper als je praat over inzamelen. Vijftig procent wordt weggegooid bij het afval en de andere helft belandt gelukkig in de textielcontainer. Veel van wat we ophalen, krijgt een tweede leven. Het loont dus om textiel niet echt weg te gooien. Ook stoffen met gaten erin of versleten textiel kunnen gerecycled worden. En dat percentage wordt steeds hoger. Van alles wat we inzamelen verkopen we wat herdraagbaar is. Een groot gedeelte gaat naar tweedehands kledingwinkels van Humana. Zij hebben wereldwijd ruim 750 winkels, voornamelijk in Afrika. We recyclen wat overblijft. We verkopen op dit moment als experiment zelf ook geschikte kleding op Vinted. Maar dat is best een gedoe. Sorteren, schoonmaken, fotograferen, adverteren en verzenden. Is dit rendabel? Daar zijn we nog niet uit. Het geld dat we verdienen met het verkopen van herdraagbaar textiel is nodig om ons primaire proces te financieren. Het geld dat overblijft, investeren we in recycling en innovatie. Met veertien partners kregen we subsidie voor het project Sorted om een aantal innovatieprogramma’s te ontwikkelen. We hebben nu een machine; de Textile Analyser, die met camera’s en sensoren de stof, het merk, de staat, de samenstelling, de mogelijkheid tot hergebruik en de waarde van het textiel kan bepalen. Dat scheelt veel tijd en geld. Er volgen nog meer innovaties de komende jaren. We zitten niet stil!”

Overheid grijpt in
Janneke: “Tweedehands kleding vind ik niet zo’n fijn woord. Ik praat liever over circulaire mode. Het gaat mij om het hergebruik, de creatieve manier van maken, van denken en toepassen van wat er al is. Ik geef hier workshops over, verbindt partijen aan elkaar, adviseer consumenten, organiseer activiteiten die deze circulaire kijk op mode als onderwerp hebben. De grote partijen in de keten zijn inmiddels via diverse wetten verplicht om verantwoordelijkheid te nemen, maar dat gaat nog niet zo hard. De keten beweegt zich langzaam vooruit. Te langzaam als je het mij vraagt. Daarom probeer ik in het klein, op individueel niveau, de consument te beïnvloeden en te inspireren. Dan zit ik in ieder geval niet stil.” Johan ziet een duidelijke rol weggelegd voor de overheid. “Europees hebben overheden die rol inmiddels gepakt. De UPV Textiel wetgeving formuleert steeds strengere regels voor het inzamelen en recyclen van textiel. Ten aanzien van inzamelen gaat de norm omhoog, tot wel 75 procent in 2030. Dit is een belangrijke (strategische) verandering.” Beiden zouden daarnaast een overheidscampagne met goede mediaspotjes wel zien zitten. Janneke: “Denk bijvoorbeeld aan de BOB-spotjes. Die gaan over bewustwording en gedragsverandering. Zoiets zou ook goed passen bij het denken over fashion.” Johan: “Natuurlijk kunnen we grote stappen maken met wetten en regels, maar de consument positief beïnvloeden om minder te kopen en meer in te zamelen zou ook al winst zijn.”

The Sustainable Stylist
thesusainablestylist.nl
@thesustainablestylist.nl

Sympany
sympany.nl
@sympanynl

Tekst: Anneke Gilsing
Fotografie: Marike van Pagée

Populair