Pierebad
Het is al jaren geleden dat ik een hele zomer in Utrecht was. Zelfs tijdens corona zijn we nog weten te ontkomen richting Ardennen, om toch maar een beetje een gevoel van vrijheid te vinden tussen de lockdowns door. Dit jaar gaan we het toch doen: thuisblijven. De laatste jaren maakten we (ik, mijn partner en mijn dochter) lange treinreizen door heel Europa, en toen we vorig jaar weer op Utrecht Centraal arriveerden riep mijn dochter (toen 8): “Volgend jaar wil ik nergens heen!” We dachten nog dat dat sentiment gedurende het schooljaar wel bij zou trekken, maar niets is minder waar. Ze wil een staycation. Het is hier warm zat, en al dat reizen, wachten en zeulen met koffers ziet ze niet zitten. En eerlijk is eerlijk: het is ook wel lekker makkelijk en goedkoop, dus we besloten haar dit jaar haar zin
te geven.
Sinds ik moeder ben, heb ik mijn woonplaats op talloze nieuwe manieren leren kennen. Ik was in al die jaren nog nooit in het nijntje museum of het Spoorwegmuseum geweest, bijvoorbeeld. Tegenwoordig zijn dat vaste trekpleisters. Inmiddels heb ik zo best een mooi lijstje opgebouwd met dingen die je met warm weer kunt doen, al dan niet met kind erbij. De Botanische Tuinen op de Uithof (sorry: Science Park – mijn generatie gaat daar niet meer aan wennen) zijn een parel om doorheen te dwalen. Ik weet in zo ongeveer elke wijk waar je het lekkerste ijs kunt halen, en geen terras met speeltuin is me onbekend.
Toch is er iets dat ik mis in Utrecht in de zomer, en dat zijn buitenzwemplekken. Ja, ze zijn er, maar ze zijn lang niet afdoende. Hear me out.
Zwembad Krommerijn (het enige buitenzwembad) is in de zomer zo overbevolkt dat je al blij mag zijn wanneer je überhaupt nog in het water past tussen de andere zwemmers. De Maarsseveense Plassen hebben superleuke glijbanen en ander watervermaak, maar ook daar is het met goed weer stervensdruk. De Zeven Slootjes kun je, hoe leuk ook, beter mijden: daar zwem je ’s zomers in de kinderpies. De Haarrijnse Plassen: als je geluk hebt is er nog plek (maar probeer niet met de auto te komen). Er is met steeds langere en warmere zomers veel vraag naar zwemplekken, een buitenzwembad aan de westkant van het spoor zou geen overbodige luxe zijn.
Er zijn wel lichtpuntjes, of beter: waterpuntjes. In Kanaleneiland, bij de speeltuin in het Marco Polopark, is een kinderbadje zoals er in de jaren ’60 zovelen zijn aangelegd in volksbuurten door heel Nederland. In de zomer is er een fantastische vrijwilliger uit de wijk die het pierebad beheert en het bij heet weer zo nu en dan vol laat lopen, zodat tientallen kinderen uit de wijk met water kunnen spelen. Zo’n pierebadje lijkt misschien een sociale voorziening uit voorbije tijden, maar ik kan je vertellen: als je een kind hebt en je zit in de zomer thuis zonder tuin, dan is het opeens een paradijs.
Aafke Romeijn (1986) is muzikant en schrijver, loopt sinds 2004 rond in Utrecht en woonde achtereenvolgens in Lombok, Vogelenbuurt, Lunetten en Transwijk. Onderweg breidde ze haar huishouden uit met partner Bram, hun dochter (9) en kat Henk (17). aafkeromeijn.nl.





