Begin dit jaar was onze binnenstad wereldnieuws. Op 15 januari vond er een zware explosie plaats in de Visscherssteeg, vlakbij de Springweg. De knal veroorzaakte grote schade aan omliggende panden, waaronder woningen en ondernemingen in de winkelstraat. Er raakten vier mensen gewond en meerdere gebouwen stortten in. Ondertussen ligt het onderzoek bij het OM, zijn de herstelwerkzaamheden in volle gang en is, voor de bewoners en ondernemers waarvan de panden er nog staan, het ‘normale’ leven weer teruggekeerd. Tijd voor een terugblik en update met een aantal ondernemers uit de straat.


Carolien Rutgers is eigenaresse van bloemenwinkel Rood&Bloem (Springweg14). Ze was net vertrokken van de zaak om haar kinderen van school te halen toen de explosie plaatsvond. Haar collega Anne belde haar in paniek vanuit de winkel. “Ze durfde het pand aanvankelijk niet te verlaten. Ik ben als een gek teruggefietst.” Wat ze aantrof, was overweldigend. “Je staat op een afstand en dan zie je pas hoe groots het is. Hoeveel brand- weer en hulpdiensten er waren. Dan zie je pas echt wat het is. Ik verstijfde gewoon. Je leven staat echt even stil.” Toch schakelde ze snel over op wat ze zelf haar ‘regelstand’ noemt. “Ik dacht alleen maar: die zaak moet weer gaan draaien.” Drie dagen later hoorde ze dat ze weer naar binnen mocht. Ze ging meteen aan de slag. “Achter de winkel is gewoon alles weg. De kelder stond door het bluswater onder water.”
Twee weken dicht
Rood&Bloem bleef uiteindelijk twee weken gesloten. “Je zit in een rampgebied; later
werd dat beetje bij beetje afgeschaald. Er was al snel een bijeenkomst met de burgemeester. Chapeau voor haar.” De schade in de winkel was groot: kostbare houten meubels uit Frankrijk die elk jaar met kerst een plek krijgen in de winkel, vele dure vazen: de hele voorraad was aangetast door de explosie en het bluswater. “De kelder is leeggepompt. Daar zijn we negen uur mee bezig geweest. Maar er staan nu nog apparaten in om het vocht eruit te halen. In de keuken staat een apparaat voor de geur. En overal verse planten natuurlijk. Dat maakt het begaanbaarder.” Meteen na de heropening werd er geverfd. Carolien koopt nu kleiner in dan voorheen. “Voorraad kost gewoon geld en ik heb ook even geen opslagruimte. Maar ik heb wel iets meer rust. Meer overzicht.” Het contrast met andere ondernemers in de straat is groot. “Andere ondernemers, zoals mijn buren van kledingzaak Zolamanola en kapper Absalom, zijn nog dicht. We hebben goed contact en iedereen is druk met z’n eigen zaak. Maar we willen samen ook de verandering aangaan.”
Warmte uit de stad
Wat haar het meest bijblijft, is de solidariteit. Buren die eten kwamen brengen, pak-
ketjes die werden opgestuurd uit heel Utrecht, zelfgemaakte bordjes die voor de winkel werden neergelegd. “Hulp kwam echt uit onverwachte hoek. Niet alleen uit de wijk, maar uit de hele stad. Heel warm. De warmte die je krijgt is onvergetelijk en zo waardevol in deze wereld.” Utrecht is voor haar een stad gebleken die ook als groot dorp kan functioneren. “Dat zie je pas door al die ellende. Het is heel mooi hoe het werkt.” Te midden van alles staat er ook iets moois te gebeuren. “Ik ga trouwen eind mei. Ik kijk er heel erg naar uit en geniet nu ook extreem van de winkel. Ik ben vooral heel trots op en dankbaar voor mijn bedrijf. Er komt zoveel liefde naar je toe, dat overheerst vooral. Het was een pittige ervaring, maar ik ben heel erg dankbaar dat er niemand is overleden.”
Willemijn de Koning is een van de vier goudsmeden van Atelier 224 op Springweg 22. Ze was samen met collega Karin aan het werk toen de explosie plaatsvond. “Zo’n harde knal: je voelde het echt in je hele lijf. Je kan het met niets vergelijken. Dit is een bom, dacht ik meteen.” De dames keken elkaar aan met een blik van ‘dit is echt helemaal mis’. Willemijn stond op, er volgde een tweede explosie en de winkelruit klapte eruit. Ze liep naar de deuropening en hoorde al snel van haar buurvrouw Sylvia dat het waarschijnlijk een explosie in de steeg was. Haar eerste gedachte was praktisch. “Ik dacht: we moeten gaan opruimen, alles moet in de kluis, want iedereen kan hier zo naar binnen stappen.” De hele winkelruit lag eruit. “Je kon van buiten zo naar binnen stappen; het was zo’n chaos op straat.” Willemijn bleef zo lang mogelijk in de zaak. Ze haalde de etalage leeg en probeerde sieraden en materialen te pakken om in de kluis te leggen. “Ik was meer in een soort trance-modus. Er kwamen nog mensen om brandblussers vragen, maar die werden niet veel later weer teruggebracht, omdat dat natuurlijk geen nut had. Ik dacht niet aan mijn eigen veiligheid: ik probeerde alles op te ruimen in de zaak.” Pas toen hulpdiensten haar nog geen kwartier later wegstuurden, verliet ze het pand. “Het is echt je kindje. Het voelt
heel gek om dat achter te laten in zo’n staat.”

Buiten, achter het lint bij het Springhaver, drong alles langzaam tot haar door. “Ik dacht: er moeten minstens een paar mensen zijn overleden. Ik had een steen in mijn buik.” Alle betrokkenen werden vrij snel en goed opgevangen in Hotel Karel V, vertelt ze. Snel daarna kwam de burgemeester. “Ze stelde iedereen gerust. Het was een heel duidelijk, informatief verhaal. Ze stond er echt als een soort burgermoeder. Heel menselijk, zonder wollig taalgebruik.” De avond van de explosie mochten ondernemers het pand niet meer in. “Dat
kwam pas de volgende ochtend. Maar die avond mochten Karin en ik om de beurt en onder begeleiding van brandweer en politie zoveel mogelijk sieraden veilig opbergen.” De ME reed rond om toezicht te houden. “Dat gaf geruststelling.” Pas zaterdagmiddag konden de ondernemers van Atelier 224 echt terug het pand in, omdat het veilig genoeg was. “Dat was een heel fijn moment. Omdat we zagen dat onze werkbanken nog intact waren.” De kelder stond ondertussen wel blank door bluswater. “Dertig centimeter grachtwater is
uiteindelijk weggepompt door de gemeente. Door dit water moesten we veel uit de opslag
weggooien.”
Wonder
Atelier 224 was 2,5 week dicht. Inmiddels is er een nieuwe ruit en is deze ook opnieuw bestickerd met het logo. “We’re back in business.” Maar de impact is er nog wel. “We hebben nog een dof gevoel. Mijn collega hoort nog iets in haar oor. We merken dat we wat schichtig zijn. Dat zal tijd nodig hebben.” Wat haar het meest bezighoudt, is het besef hoe anders het had kunnen aflopen. Haar fiets stond in de steeg. Ze zag hem later terug op het
journaal. “Ik loop daar heel vaak. Voor hetzelfde geld had iemand daar net gelopen. Het is gewoon niet zo gegaan. Het is echt een wonder.” Ze heeft tijdens de chaos bewust niet gefilmd of gefotografeerd. “Het voelde niet goed. Ik wilde het niet.” En ze relativeert. “Spullen zijn vervangbaar, mensen niet. Daarom is het eigenlijk redelijk banaal dat ik me zo druk maakte over spullen.”
Jeroen Den Hartog van kapsalon Absalom (Springweg 12) was net een dag op de piste in Oostenrijk toen hij hoorde van de explosie. De volgende ochtend brak hij de wintersport af en reed hij terug naar Utrecht. Wat hij aantrof voelde als een filmset. “De Mariaplaats zag er heel raar uit. Overal stonden bouwketen met allerlei hulporganisaties. Ik kon de zaak niet zien; wij mochten er niet bij.” De timing kon nauwelijks slechter. Jeroen was twee jaar eerder voor zichzelf begonnen op de Springweg, na twaalf jaar samen met een partner twee locaties en tien man personeel te hebben gerund. “Ik wilde niet groter. Ik merkte dat ik daar steeds geïrriteerder van werd.” Hij begon opnieuw, op zijn eigen manier. “Niet meer cateren naar iedereen, gewoon alles zoals ik het zelf wil.” Na anderhalf jaar was alles eindelijk zoals hij het wilde. Zijn rooster op orde, mensen die een stoel huurden, rust. “Het voelde als in een kalme zee ronddobberen. Ik was even klaar met onrust en het oplossen van problemen die ik niet zelf veroorzaakte.” En toen kwam de explosie.
Acht regels
De kapsalon werd hard geraakt. Alle ruiten en spiegels sprongen en de zaak ligt in puin. Maar de grootste klap kwam niet op de dag zelf. Die kwam digitaal, anderhalve week later, via de mail. Zijn huisbaas schreef hem slechts acht regels: dat hij ging renoveren, wanneer Jeroen zijn spullen kon ophalen, dat de opslag van spullen niet vergoed werd, en dat hij, als het klaar was, tegen dezelfde huur mocht terugkomen. Geschatte duur: negen tot tien
maanden. Jeroen is woest. “Er was geen verdere uitleg, niks. En toen dacht ik: maar hallo, zo werkt dit niet.” Hij stuurde een stevige mail terug, mede namens een jurist. De huisbaas reageerde niet. “Dit is echt absurd. Ik ben een goede huurder, ik zit er al dertien jaar; zelfs langer dan dat het pand van hem is. Het gaat echt helemaal nergens over.” Wat hem het meest steekt, is het gebrek aan respect. “Voor hem ben ik gewoon een kleine kruimel, maar dit is mijn leven. Dit werk is mijn leven en hij gaat daar aan voorbij. Je kan ook gewoon vertellen dat je me eruit wil hebben.” Ondertussen werkt Jeroen vanuit een tijdelijke ruimte boven It’s a Present op de Lijnmarkt. De eigenaar bood hem twee dagen na de explosie de ruimte aan. “Ik ben daar ontzettend dankbaar voor, maar het voelt niet goed. Het zou niet moeten hoeven. Het voelt voor mij nu een beetje als thuiskapper meets kapsalon. Het is net voldoende, een 6. Ik ga daar heel slecht op, want ik ga altijd voor een dikke 8 of 9. Als ik hier nog een paar maanden zit, ga ik het kappersvak niet zo leuk meer vinden, denk ik.” Zijn vriend zette ondertussen een crowdfunding op. “Dat geeft mij zeker wat rust en lucht.” Hij nam ook zijn medewerker Fleur mee in de tijdelijke situatie. “Dat ben ik niet verplicht, want ze huurt een stoel bij mij, maar het is wel fijn. We zijn nu nog hechter, nog meer een team.”
Lief zijn
De emoties komen en gaan. “Soms is er veel irritatie en vermoeidheid. Het allerzwaarst is dat ik weet dat het komende jaar helemaal in het teken staat van die explosie, hoe snel het ook wordt opgelost.” Huilen lukt nog niet. “Er is nog zoveel onduidelijk. Gelijk hebben is anders dan gelijk krijgen. Links- of rechtsom gaat het pijn doen.” Maar opgeven is geen optie. “Dit is mijn kindje. Ik heb twee jaar geleden twintig mille geïnvesteerd. Je kan ook gewoon even lief zijn.” De komende tijd komt er hopelijk meer duidelijkheid voor de ondernemer: een gesprek met de huisbaas is toegezegd.
Voor dit artikel spraken we slechts drie van de getroffen ondernemers aan de Springweg. Bij Mannenkledingzaak Cris (Springweg 7a), De Bruijn Haarmode (Springweg 20), AudioZaal Hi-Fi (Springweg 15) en bakkerij Keek (Springweg 16) was ook veel schade, maar de zaken zijn weer open. Kledingzaak Zolamanola (Springweg 10) is nog altijd gesloten en heeft enorme schade. Het is onduidelijk wanneer de zaak weer open gaat.
Rood&Bloem
@roodenbloem
Atelier 224
@atelier_224utrecht
Absalom
@absalom.hair
Tekst: Kylie Fletcher
Fotografie: Bas van Setten (explosie beelden)





